Past wonen met zorg in een woonbestemming?
Er bestaat een grote maatschappelijke behoefte aan zorgwoningen en wonen met enige mate van zorg. Daarbij doet zich regelmatig de vraag voor of de combinatie van zorg en wonen wel past in een woonbestemming in het omgevingsplan. Ook in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 26 augustus 2026 was dit weer aan de orde.
Wanneer is sprake van wonen?
Iedereen zal begrijpen dat onder het begrip ‘wonen’ in elk geval de huisvesting van een huishouden (bestaande uit een alleenstaande, samenwonend stel of een gezin) in een zelfstandige woonruimte valt. Ingewikkelder wordt het als het gaat om kamerbewoning of als in een pand met de bestemming ‘wonen’ personen worden gehuisvest die in meer of mindere mate zorg nodig hebben en ter plaatse ontvangen, zoals personen met een fysieke of mentale beperking. De vraag is of zorgwoningen of ‘wonen met zorg’ ook nog onder het begrip ‘wonen’ valt.
Soms bieden de in het omgevingsplan opgenomen definities van begrippen als ‘wonen’, ‘woning’, ‘kamers’ en ‘huishouden’ al duidelijkheid. Als dat echter niet het geval is, biedt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (steeds meer) handvatten om te beoordelen of wonen met zorg past in de woonbestemming.
Vaste rechtspraak
In de uitspraak van 26 augustus 2026 wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak een vaste overweging herhaald:
“Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 29 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3261) verdragen, naast zelfstandige bewoning door een gezin, ook minder traditionele woonvormen zich met een woonbestemming, indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 18 augustus 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1851) moet bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een woonsituatie met nagenoeg zelfstandige bewoning of van een situatie van wonen met zorg betekenis worden toegekend aan de mate van zorg (toezicht en begeleiding) die aan de bewoners van de betrokken woning wordt verleend.”
Om te beoordelen of het wonen met zorg nog past in de woonbestemming, moet dus worden vastgesteld of sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Daarbij moet onder meer worden gekeken naar de mate van zorg die de bewoners krijgen. Hoe meer zorg, dus hoe meer de zorgcomponent de overhand krijgt, hoe eerder strijd met de woonbestemming wordt aangenomen.
Concrete beoordeling
Dat betekent dat van geval tot geval een feitelijke beoordeling moet worden uitgevoerd. In het geval van de uitspraak van 26 augustus 2026 werd uiteindelijk geoordeeld dat er geen strijd met de woonbestemming was, omdat de geboden zorg beperkt was:
“In het wooncomplex is weliswaar 24 uur per dag toezicht aanwezig, maar er wordt niet 24 uur per dag zorg aangeboden, er wordt geen dagbesteding aangeboden, bewoners zijn vrij om te gaan waar zij willen en sommige hebben overdag bijvoorbeeld een baan, de bewoners wonen permanent in het wooncomplex, en er vindt geen begeleiding plaats met het doel om de bewoners te leren geheel zelfstandig te wonen. Gelet op deze omstandigheden is de mate van zorg niet zo groot dat niet langer sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning.”
In de uitspraak uit 2021, waar de Afdeling bestuursrechtspraak naar verwijst, werd ook nog vastgesteld dat de geboden zorg niet verbonden was aan de woning, de bewoning op vrijwillige basis en voor onbepaalde tijd was en geen deel uitmaakte van een aan de bewoning verplicht verbonden begeleidings- of behandelingstraject, zodat ook in dat geval geen strijd met de woonbestemming bestond.
Het bieden van enige zorg is dus mogelijk. Naarmate er meer zorg wordt aangeboden, wordt op een zeker moment een kantelpunt bereikt en verandert het karakter van het verblijf van ‘wonen met zorg’ naar echte zorgverlening. Als de nadruk komt te liggen op de zorg in plaats van de huisvesting, dan is dat in strijd met de woonbestemming.
Steeds meer duidelijkheid
Het is goed dat er steeds meer duidelijkheid komt over de toelaatbaarheid van zorgwoningen en wonen met zorg in panden met een woonbestemming. Zeker nu het algemene streven is om iedereen zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk te kunnen laten wonen en er dus een grote behoefte bestaat aan wonen in combinatie met een zekere mate aan zorg. Toch is het vaststellen van het kantelpunt (van wonen naar zorg) nog altijd maatwerk: bepalend is en blijft de feitelijke gebruikssituatie en de mate van zorg die aan de bewoners wordt geleverd.