Skip to main content Skip to footer Skip to search Skip to menu

Geen vrijbrief voor ORAC’s

Besluiten over het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) vormt een onophoudelijke bron van rechtspraak. ORAC’s zijn nodig, iedereen wenst ze, maar niet in de buurt van de eigen woning. Een perfect voorbeeld van een NIMBY-geval (not in my back yard). Wel de voorzieningen wensen, maar er geen (mogelijke) hinder van willen ondervinden.

Blogafbeelding omgevingsrecht

Echter, in het merendeel van de gevallen leggen omwonenden het af. De rechter toetst namelijk afstandelijk omdat de beleidsvrijheid van het bestuursorgaan dient te worden gerespecteerd. Dat blijkt uit de standaardoverweging van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in uitspraken over ORAC’s, inhoudende: “Bij de keuze voor een locatie voor ORAC’s dient het college een afweging te maken van alle betrokken belangen. Daarbij heeft het college beleidsruimte. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat het college al dan niet in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen. Daarbij wordt allereerst beoordeeld of het college de locatie geschikt heeft kunnen achten voor de plaatsing van een ORAC. Als dat zo is, wordt vervolgens beoordeeld of het college toch had moeten afzien van aanwijzing van de locatie vanwege een geschiktere alternatieve locatie. Een alternatieve locatie moet zodanig geschikter zijn dan de aangewezen locatie, dat geoordeeld moet worden dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor die locatie, maar had moeten kiezen voor de alternatieve locatie.”

Maar de aan de gemeente toegekende ruimte is wel degelijk begrensd. Dat laat de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4178) zien. Omwonenden stelden beroep in tegen het gemeentelijke plaatsingsplan. Dat met argumenten met betrekking tot verkeershinder, -veiligheid en uitvoerbaarheid. Daarbij had men verwezen naar het gemeentelijk beleid voor het aanwijzen van locaties voor ORAC’s. De buurt had bovendien de moeite genomen om het bezwaar te onderbouwen met een deskundigenrapport. Het komt mij voor dat de gemeente in de bezwaarfase daar te lichtvaardig over heeft gedacht. De gemeente hield in feite gewoonweg voet bij stuk en verwees naar het positieve advies van een gemeentelijke commissie over de aanvaardbaarheid van de locatie. Klaarblijkelijk heeft de gemeente over het hoofd gezien dat de commissie tot dat positieve advies is gekomen indien en voor zover voldaan zou worden aan een aantal voorwaarden. Of het kan zijn dat de gemeente heeft gedacht dat vast wel aan die voorwaarden zou kunnen worden voldaan. De Afdeling ging daar, mijns inziens terecht, niet in mee. Als de gemeente ter onderbouwing van het besluit verwijst naar het advies van de commissie, dan neemt de gemeente dat advies dus over. Dat betekent dan ook dat de gemeente - met de commissie - meent dat de aanvaardbaarheid van de locatie afhankelijk is van de geformuleerde voorwaarden. Dat leidt dan tot de constatering dat die voorwaarden ten onrechte niet in het bestreden besluit zijn opgenomen (toevoegen als een bijlage is onvoldoende), zodat de vereiste naleving van de voorwaarden niet is geborgd.

Maar het wordt nog erger voor de gemeente omdat de Afdeling aansluitend overweegt: “Naar het oordeel van de Afdeling is evenmin duidelijk wat de maatregel dat tijdens het ledigen een afzetting wordt geplaatst om het fietsverkeer op veilige afstand te houden, inhoudt. Ter zitting heeft het college toegelicht dat het fietspad slechts gedeeltelijk zal worden afgesloten, maar daarmee is nog niet duidelijk gemaakt in hoeverre het fietspad wordt afgesloten. Met deze toelichting heeft het college dan ook niet inzichtelijk gemaakt welke effecten de afzetting van het fietspad heeft en in hoeverre het verkeer daardoor zal worden gehinderd. Gelet op de richtlijn dat verkeer en voetgangers niet worden belemmerd, had het college dit wel moeten doen.”

Derhalve heeft de gemeente de voorwaarden overgenomen, maar niet vastgesteld of daaraan kan worden voldaan, is verzuimd de naleving van de voorwaarden te zekeren en is niet ingezien dat de voorwaarden en het effect ervan onduidelijk zijn. Dat maakt dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet voldoende is gemotiveerd. En dat zijn onderwerpen die de Afdeling niet afstandelijk beoordeeld. De Afdeling heeft het besluit op bezwaar over het plaatsingsplan dan ook vernietigd. Het besluit kan dus de ORAC (beter: de papierbak) in!

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Read more about Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Lawyer - Partner