Skip to main content Skip to footer Skip to search Skip to menu

Kat-en-muisspel met een aanvraag

Het aanvragen van een omgevingsvergunning gaat niet altijd van een leien dakje. Dat ondervond ook een bedrijf uit Houten. Zelf gaf het bedrijf wijzigingen in de aanvraag niet duidelijk aan, waarop het bevoegd gezag weer onterecht delen weigerde. Met een gang naar de rechter tot gevolg.

Blogafbeelding omgevingsrecht

In een ideale wereld volgt op een heldere vergunningaanvraag, binnen afzienbare tijd, een duidelijke vergunning met slechts de noodzakelijke beperkingen en voorschriften. Dat voorafgegaan door constructief vooroverleg en laatste aanpassing naar aanleiding van de ontwerpbeschikking. De praktijk is natuurlijk weerbarstiger. Aanvragen zijn niet altijd helder, overleg gaat soms moeizaam, er ontstaan misverstanden en er komt druk te staan op de procedure. Het gevolg is dan vaak een vergunning of een weigering, waartegen beroep wordt ingesteld. Daarna moet het besluit veelal worden aangepast of moet er een nieuwe aanvraag worden gedaan.

Een voorbeeld van zo’n kat-en-muisspel met een aanvraag is het beroep van een bedrijf uit Houten tegen de deels geweigerde vergunning voor het uitbreiden van de inrichting[1]. Wie debet is aan de situatie laat ik in het midden. Ik hou het erop dat ‘waar er twee vechten, er twee schuld hebben’. Ik licht dat toe aan de hand van twee (van de vele) geschilpunten.

Het bedrijf verwijt het bevoegd gezag (de provincie) dat deze te snel is overgegaan tot het weigeren van enkele aangevraagde activiteiten. Volgens het bedrijf had zij de gelegenheid moeten krijgen om de aanvraag nogmaals aan te vullen of te wijzigen. De rechtbank stelt vast dat het bedrijf de aanvraag al twee keer heeft aangevuld. Daarnaast is het nu juist het bedrijf geweest dat heeft aangedrongen op spoedige besluitvorming en het bevoegd gezag zelfs in gebreke heeft gesteld voor het niet-tijdig besluiten. Daardoor is het bevoegd gezag in feite voor het blok gezet: of de aanvraag deels weigeren of (onnodig) geheel weigeren. De rechtbank begrijpt best dat het bedrijf (achteraf bezien) het aanpassen van de aanvraag verkiest boven een gedeeltelijke weigering, maar overweegt dat er geen wettelijke plicht geldt nogmaals gelegenheid te bieden de aanvraag aan te vullen. Temeer daar het bedrijf de aanvraag ook nog had kunnen wijzigen naar aanleiding van het ontwerpbesluit, maar ervoor heeft gekozen dat niet te doen. Oftewel, het bedrijf heeft het zelf op een gedeeltelijke weigering laten aankomen. Wat dan rest, is het doen van een nieuwe aanvraag.

Maximale hoeveelheden

Maar ook het bevoegd gezag gaat niet vrijuit. Het bedrijf stelt dat de provincie gerekend heeft met te hoge hoeveelheden te shredderen afvalstoffen. In een later ingediende vervangende set van de aanvraag heeft het bedrijf een maximale shreddercapaciteit van 120 kton per jaar en een verwerkingscapaciteit van 125 kton per jaar voor de sorteerlijn aangevraagd. De provincie heeft deze hoeveelheden ten onrechte niet als uitgangspunt genomen. Ook in de milieutechnische onderzoeken is gerekend met de hogere capaciteit en geconcludeerd dat deze capaciteit niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder voor de omgeving. De provincie stelt daar tegenover dat niet duidelijk was dat er sprake was van een wijziging. Het is niet door het bedrijf gecommuniceerd. Daarnaast was de verandering van de hoeveelheden enkel opgenomen in een voetnoot en met een kleiner lettertype.

De rechtbank laat de vraag, of het op deze manier wijzigen van de aanvraag door de beugel kan, rusten. De rechtbank vindt het belangrijker dat het bedrijf in de zienswijze tegen de ontwerpbeschikking nadrukkelijk heeft aangegeven dat de opgenomen tonnage onjuist is en dat dit moet worden aangepast. Naar het oordeel van de rechtbank had de provincie daarom navraag moeten doen bij het bedrijf over de gewijzigde hoeveelheden. Het besluit is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen en niet toereikend gemotiveerd. De provincie zal dat gebrek moeten herstellen.

Zodoende hebben zowel de ‘kat’ als de ‘muis’ dubbel werk. De provincie zal de vergunning moeten wijzigen en het bedrijf zal voor onderdelen een nieuwe aanvraag moeten indienen. Dat kost tijd en geld, maar hopelijk heeft men van deze geschiedenis iets geleerd en zal er sprake zijn van een ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’ en niet van een nieuw kat-en-muisspel.

[1] Rechtbank Midden-Nederland 3 september 2019 (ECLI:NL:RBMNE:2019:4200) en Rechtbank Midden-Nederland 2 maart 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:874).

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Read more about Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Lawyer - Partner