Skip to main content Skip to footer Skip to search Skip to menu

What’s in a name?

Onderstaande tekst is de column van Stijn Boot in het Vakblad Afval! van december 2022.

Blogafbeelding omgevingsrecht

William Shakespeare liet zijn schone Juliet ooit zeggen: “What’s in a name? That which we call a rose/ By any other name would smell as sweet.” In de kern was dat ook - maar dan niet vanuit de romantische liefde tussen Romeo en Juliet - de inzet van een handhavingsprocedure door de provincie Zuid-Holland tegen composteerbedrijf Wagro in Waddinxveen.

Met een last onder dwangsom wilde de provincie afdwingen dat Wagro niet langer bij haar meldingen aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) de gebruikelijke benaming "groenafval" hanteert voor al het groenafval. De provincie eiste dat Wagro het groenafval registreert en meldt onder een specifiekere benaming waaruit in ieder geval moet blijken of het om stankgevoelig groenafval gaat. Want de provincie vermoedt namelijk dat Wagro in haar composteringsproces te veel stankgevoelig groenafval, zoals afval afkomstig uit kassen, gebruikt. Iets dat de provincie zegt nu niet te kunnen controleren. Volgens de provincie is sprake van een overtreding van artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer (Wm) door al het groenafval als "groenafval" aan te duiden. Wagro moet de overtreding beëindigen door het groenafval te benoemen met de gebruikelijke benamingen die zijn te herleiden tot de vier hoofdgroepen genoemd in een geuronderzoek te weten 'Houtachtig groenafval', "Grasachtig materiaal", "Agrarisch afval" en "Plantsoen-, blad- en overig groenafval".

Maar de Raad van State kent zijn klassiekers en maakt korte metten met de last onder dwangsom. Het voornoemde onderdeel van artikel 10.40 Wm verplicht degene aan wie afvalstoffen worden afgegeven (o.a.) aan het LMA te melden “de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen”. In de wet staat niet wat moet worden verstaan onder “de gebruikelijke benaming”. Ook stelt de Raad van State vast dat in de memorie van toelichting bij deze wet niet is verduidelijkt wat er onder “de gebruikelijke benaming” moet worden verstaan. Uit de nota van toelichting bij het Besluit melden, welk besluit is gegrond op de Wm, maakt de Raad van State op dat bij het melden van de gebruikelijke benaming gebruik kan worden gemaakt van een benaming van de afvalstoffen die binnen het bedrijf gebruikelijk is. En dat is toch gewoon wat Wagro doet?!

De Raad van State is van oordeel dat het begrip “de gebruikelijke benaming” moet worden uitgelegd in het kader waarvoor de bepaling is geschreven en dat is het afvalstroombeheer. Dus is deze bepaling niet geschreven om gevolgen voor het milieu, in dit geval geur, van de afvalstoffen te reguleren. Daarvoor gelden op grond van de Wm en de Wabo specifieke regels. Als de provincie voor controle van de (geurvoorschriften van de) omgevingsvergunning wil dat Wagro het groenafval bij ontvangst registreert onder de in het geuronderzoek gebruikte benamingen, dan zal een handhavingsbesluit op de omgevingsvergunning moeten worden gebaseerd. Met andere woorden: dan moet de provincie eerst maar een vergunning- of maatwerkvoorschrift daarvoor opleggen. En eerst als dat voorschrift van kracht is en sprake is van een overtreding ervan, dan kan de provincie handhavend optreden. Derhalve niet door middel van het inkleuren van het begrip “de gebruikelijke benaming” in artikel 10.40 van de Wm. De conclusie van de Raad van State is dan ook dat de last onder dwangsom wordt vernietigd.

De inhoud van het volgende sonnet in deze kwestie laat zich raden…

Klik hier voor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 augustus 2022.

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Read more about Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Lawyer - Partner