Skip to main content Skip to footer Skip to search Skip to menu

Liegen in de procedure heeft een prijs: de waarheidsplicht van artikel 21 Rv

Liegen in de rechtszaal heeft een prijs. Dat is de kern van artikel 21 Rv: partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wie dat nalaat, riskeert dat de rechter "de gevolgtrekking maakt die hij geraden acht." Maar hoe ver reikt die bevoegdheid, en welke sancties passen de rechters in de praktijk toe? De rechtspraak van 2026 geeft interessante antwoorden, met het Fairmount-arrest van de Hoge Raad als belangrijk baken.

Liegen_in_rechtbank

Sancties bij schending van de waarheidsplicht: negen categorieën

Al in haar conclusie van januari 2021 bracht A-G De Bock het sanctie-arsenaal van artikel 21 Rv systematisch in kaart. Zij onderscheidde negen categorieën, oplopend in zwaarte: (1) het enkel benoemen van de schending, (2) het diskwalificeren van stellingen of stukken, (3) het verzwaren van de stelplicht, (4) het afwijken van een processuele hoofdregel, (5) het meewegen bij de bewijswaardering, (6) het passeren van een bewijsaanbod, (7) het meewegen in een belangenafweging, (8) een proceskostenveroordeling en (9) het toe- of afwijzen van de vordering. Cruciaal is de proportionaliteitseis: de sanctie moet in overeenstemming zijn met de aard, ernst en omvang van de schending. Naarmate de gekozen gevolgtrekking ingrijpender is, gelden strengere motiveringseisen. Die systematiek kreeg in 2026 opnieuw aandacht toen de Hoge Raad haar, via de conclusies van A-G De Bock in twee nieuwe cassatiezaken, bevestigde en verfijnde.

Fairmount-arrest: onjuist verklaren onder ede kost de bewijsronde

Op 18 september 2026 wees de Hoge Raad arrest in de Fairmount-zaak. Een partij had onder ede aantoonbaar onjuist verklaard over zijn betrokkenheid bij de oprichting van een concurrent. Het hof verbond daaraan vier gecumuleerde gevolgtrekkingen: minder gewicht toekennen aan de verklaring, het recht op een bewijsronde ontzeggen, twijfel bij de schadebegroting ten nadele van de schender laten uitvallen, én een volledige proceskostenveroordeling. De Hoge Raad liet dit in stand. Doorslaggevend was dat de verklaringen onder ede waren afgelegd: dat is een zelfstandige verzwarende omstandigheid. Combinaties van gevolgtrekkingen zijn dus toegestaan, mits het proportionaliteitsbeginsel in het oog wordt gehouden, een bevestiging van de door De Bock in 2021 uitgezette lijn.

Waarheidsplicht in de rechtspraak van 2026: van proceskosten tot misbruik van procesrecht

De feitenrechters laten zien hoe divers de sanctionering in de praktijk uitpakt. Bij de Rechtbank Rotterdam stonden grove, herhaalde en bewuste schendingen centraal: bewerkte screenshots, een vervalst document en leugens ter zitting. De rechtbank reageerde met een veroordeling in de werkelijke proceskosten in plaats van het liquidatietarief, uitzonderlijk, zeker in een familierechtelijke context. Bij de Rechtbank Den Haag speelde de vraag of het inbrengen van valse informatie tevens misbruik van procesbevoegdheid oplevert, een parallel met artikel 3:13 BW (misbruik van recht). In een andere Haagse zaak werd een beroep op artikel 21 Rv juist afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat bewust een onjuist beeld was geschetst. Die uitkomst onderstreept een wezenlijk punt: de rechter mag alleen sanctioneren als de schending hem voldoende is gebleken. Twijfel werkt in het voordeel van de vermeende schender.

De waarheidsplicht en de rol van de advocaat

De advocaat is geen buitenstaander bij dit alles. Wie weet, of behoort te weten, dat zijn cliënt feiten achterhoudt of verdraait, en die stukken desondanks indient, raakt aan de kernverplichtingen van de Advocatenwet en de gedragsregels. Door de Rechtbank Rotterdam werd een advocaat daarvoor recent nog in het vonnis op de vingers getikt. Omgekeerd biedt de systematiek van De Bock de procesadvocaat ook houvast: wie de rechter tijdig en gemotiveerd wijst op een schending door de wederpartij en het processuele debat daarover opent, vergroot de kans op een doeltreffende sanctie. Bovendien geldt de waarheidsplicht niet alleen voor de inhoud van stukken, maar ook voor hetgeen ter zitting wordt verklaard, een gegeven dat in het licht van het Fairmount-arrest extra gewicht heeft gekregen.

De ontwikkelingen rond artikel 21 Rv raken aan de kern van wat een eerlijk civiel proces behoort te zijn.

Evert Jan Heijnen is advocaat en partner bij Brackmann. Hij adviseert en procedeert over contractuele conflicten en aansprakelijkheid in de scheepsbouw en de maakindustrie.

In gesprek over uw procedure? Evert Jan en Ines denken met u mee.

Read more about Evert Jan Heijnen
Heijnen_brackmann_advocaat
Heijnen_brackmann_advocaat

Evert Jan Heijnen

Lawyer - Partner

Read more about Ines Blomsma
Ines Blomsma
Ines Blomsma

Ines Blomsma

Lawyer