Bewijs bij de wederpartij: inzage onder oud en nieuw bewijsrecht
In de wereld van superjachten, bouwcontracten en multimiljoenencommissies kan het verkrijgen van bewijs minstens zo zwaar worden bevochten als het hoofdgeschil zelf. Dat blijkt uit de conclusie van advocaat-generaal R.H. de Bock in een zaak tussen een superjachtmakelaar en een Nederlandse bouwer van luxe superjachten. De makelaar stelde recht te hebben op 5% commissie voor een tweede jacht en vroeg inzage in interne stukken, na eerst bewijsbeslag te hebben gelegd. De conclusie is nog geen uitspraak van de Hoge Raad, maar bevat belangrijke lessen voor iedereen die bewijs nodig heeft dat bij de wederpartij ligt.
Wat gold vroeger: de Semtex-maatstaf
Onder het oude art. 843a Rv moest een verzoeker aan drie voorwaarden voldoen: er moest een rechtmatig belang zijn, het verzoek moest zien op bepaalde bescheiden en die bescheiden moesten betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de verzoeker partij was. Sinds het Semtex-arrest uit 2020 geldt bovendien dat het bestaan van die rechtsbetrekking voldoende aannemelijk moet zijn. Kort gezegd: wie documenten wil zien om een claim te onderbouwen, moet eerst al een behoorlijk begin van die claim kunnen laten zien. Daarmee wordt voorkomen dat iemand zonder concrete aanwijzing breed gaat zoeken naar mogelijk belastend materiaal, een zogenoemde fishing expedition. Die benadering gold niet alleen in intellectuele-eigendomszaken, maar ook in andere civiele procedures. De Bock ziet geen goede reden om voor lopende zaken onder het oude recht van deze maatstaf terug te komen.
Wat geldt nu: het nieuwe bewijsrecht
Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Het nieuwe art. 194 Rv kent niet langer uitdrukkelijk de eis dat het bestaan van de rechtsbetrekking voldoende aannemelijk moet zijn. Inzage staat daardoor meer op één lijn met andere bewijsverrichtingen en is niet automatisch een laatste redmiddel. Dat betekent echter niet dat de deur naar alle interne informatie openstaat. Een verzoeker moet nog steeds voldoende belang hebben en de gevraagde documenten moeten voldoende bepaald zijn. Alleen een lange lijst met zoektermen is dus niet vanzelf genoeg. Ook is nog niet uitgekristalliseerd welke rol aannemelijkheid via het vereiste van ‘voldoende belang’ blijft spelen. Volgens De Bock zal de rechtspraak dit de komende jaren verder moeten invullen.
Wat betekent dit in de praktijk?
In een lopende procedure onder art. 843a Rv (oud) blijft de Semtex-maatstaf volledig van belang. Zorg daarom voor een concrete onderbouwing van de gestelde overeenkomst, reageer op de verweren van de wederpartij en omschrijf zo precies mogelijk welke documenten u nodig heeft en waarom. Onder het nieuwe recht kan de drempel voor aannemelijkheid lager liggen, maar het bepaaldheidsvereiste blijft bestaan. Een verzoek dat neerkomt op ‘zoek alles over dit onderwerp’ blijft kwetsbaar.
Denk ook goed na over de volgorde van uw bewijsstrategie. Als de kern van het geschil draait om een mondelinge afspraak, kan een voorlopig getuigenverhoor een logischer eerste stap zijn dan een inzageverzoek. Dat geldt bijvoorbeeld bij commissieafspraken in de scheepsbouw en bij mondelinge afspraken over meerwerk, onderaanneming of vergoedingen in de bouw. Een getuigenverhoor is geen verplichte voorwaarde voor inzage, maar de rechter mag wel meewegen of getuigen een effectievere route bieden.
Wie bewijsbeslag legt, moet ten slotte rekening houden met tegenverzoeken. In dezelfde verzoekschriftprocedure kan de wederpartij onder omstandigheden opheffing van het beslag en vergoeding van kosten vragen, mits er voldoende samenhang is met het oorspronkelijke inzageverzoek. Dat kan de processtrategie en het kostenrisico aanzienlijk beïnvloeden. De beste bescherming blijft daarom: leg afspraken over commissies, bouwfasen en vergoedingen vanaf het begin schriftelijk vast, ook als de samenwerking op vertrouwen berust.
De juiste strategie op het juiste moment
Heeft u een commissiegeschil, een bouwconflict of een andere zaak waarin belangrijk bewijs bij de wederpartij ligt? Wie zijn bewijsstrategie goed kiest, heeft vaak al de helft van de strijd gewonnen.
Evert Jan Heijnen is advocaat en partner bij Brackmann. Hij adviseert en procedeert over contractuele conflicten en aansprakelijkheid in de scheepsbouw en de maakindustrie.