Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Brandhout (biomassacentrale)

De Raad van State heeft Vattenfall en de provincie Noord-Holland teruggestuurd naar de tekentafel voor de geplande biomassacentrale in Diemen. De vergunning voor de centrale zou onterecht verleend zijn. Terecht?

Blogafbeelding omgevingsrecht

Biomassacentrales komen vaker in het nieuws, maar de uitspraak van de Raad van State van 30 augustus 2023 over de biomassacentrale die Vattenfall in Diemen wil(de) bouwen kan niemand zijn ontgaan. Eerder liet de rechtbank de verleende vergunning in stand[2], maar de Raad van State vernietigde die uitspraak en gelijk ook de vergunning. Kern van de discussie was of sprake is van een afvalstof en de klassieke regel in het afvalstoffenrecht dat de ontdoener van de stof moet bewijzen dat het géén afvalstof is, en dat bij twijfel voor de zekerheid wordt aangenomen dat de stof een afvalstof is.

Milieueffectrapport

De biomassacentrale, voor het produceren van stadswarmte, zou worden gestookt op houtpellets die zijn gemaakt van houtresten. Tegenstanders van de centrale stelden dat de vergunning niet verleend had mogen worden omdat vooraf geen milieueffectrapport was opgesteld, terwijl de wet dat eist. Zo’n milieueffectrapport is verplicht als de centrale moet worden aangemerkt als een ‘installatie voor de verbranding van niet-gevaarlijke afvalstoffen’ en die een capaciteit van meer dan 100 ton per dag heeft. Vaststaat dat de houtpellets geen gevaarlijke stof zijn en dat de centrale een capaciteit van meer dan 100 ton per dag heeft. Maar zijn de houtresten, en in het verlengde daarvan de houtpellets, een afvalstof?

Nee, oordeelde de rechtbank. De houtpellets zijn volgens de rechtbank aan te merken als natuurlijk, niet-gevaarlijk bosbouwmateriaal. De Kaderrichtlijn afvalstoffen is niet van toepassing op dergelijk bosbouwmateriaal, en daarmee ook niet op de houtpellets. Daarom kunnen die pellets volgens de rechtbank niet worden aangemerkt als afvalstoffen. De Raad van State maakte echter korte metten met die redenering. Het Nederlandse recht ten aanzien van afvalstoffen en milieueffectrapportages bepaalt helemaal niet dat bosbouwmateriaal per definitie geen afvalstof is. Dat de Kaderrichtlijn niet op van toepassing is op bosbouwmateriaal maakt niet dat daarom geen sprake is van een afvalstof. Er moet dus ‘gewoon’ aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval worden beoordeeld of de houtresten een afvalstof zijn.

Intentie

Volgens de Raad van State is daarbij van belang of degene van wie de houtresten (waarvan de pellets worden gemaakt) afkomstig zijn, zich daarvan wilde ontdoen. De intentie van die ‘houder’ is namelijk bepalend voor de vraag of die houtresten als afvalstof moeten worden aangemerkt. Als niet kan worden uitgesloten dat die houder zich heeft willen ontdoen van de houtresten, dan moeten die als een afvalstof worden aangemerkt en dan geldt die kwalificatie ook voor de houtpellets die daarmee worden gemaakt. De Raad van State is van oordeel dat de provincie niet heeft kunnen uitsluiten dat de houtpellets als afval moeten worden gekwalificeerd, omdat Vattenfall in de (stukken bij de) aanvraag onvoldoende concrete informatie heeft verstrekt over de herkomst van de houtresten en over de intentie van de houder daarvan. Dat het gaat om schoon, onbehandeld hout en voldaan zal worden aan kwaliteitsnormen is niet voldoende. Dat zegt namelijk niets over de herkomst van het materiaal en de intentie van de houder. Vanwege het ontbreken van die informatie, en informatie over het productieproces waarbij de houtresten vrijkomen, kon bovendien niet worden gesteld dat sprake is van een bijproduct (geen afvalstof). En ook het laatste ‘geitenpaadje’, het bereiken van de einde-afvalfase (niet langer een afvalstof), is volgens de Raad van State ‘onbegaanbaar’. Voor de houtresten gelden (nog) geen einde-afvalcriteria en ook is er voor dit specifieke geval geen ‘einde-afvalbesluit’ genomen.

Dus weer is de lijn: ‘bij twijfel niet inhalen’. Mogelijk zou alsnog een nieuwe vergunning kunnen worden verleend, maar uitstel zou wel eens kunnen leiden tot afstel.

Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State van 30 augustus 2023 en hier voor de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 7 juni 2021.

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Lees meer over Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Advocaat - Partner