De Wet collectieve warmte: nieuwe juridische kaders voor publieke sturing en consumentenbescherming
De energietransitie in Nederland krijgt een belangrijke impuls met de Wet collectieve warmte (Wcw), die de huidige Warmtewet vervangt. Deze wet introduceert een nieuw juridisch kader voor de ontwikkeling en exploitatie van collectieve warmtesystemen, zoals warmtenetten. Voor juristen in het aanbestedingsrecht biedt dit wetsvoorstel interessante uitdagingen en kansen, vooral op het gebied van publieke regie, eigendomsstructuren en tariefregulering.
Waarom deze wet?
De Wcw is ontworpen met het oog op de volgende doelen:
- Publieke sturing: een vergroting van de publieke sturing op de collectieve warmte.
- Duurzaamheid: collectieve warmtesystemen moeten in 2050 geen broeikasgassen meer uitstoten.
- Leveringszekerheid: betrouwbare warmtevoorziening voor huishoudens en bedrijven.
- Betaalbaarheid: transparante, kostengebaseerde tarieven in plaats van koppeling aan de gasprijs.
Daarnaast wil de overheid de warmtetransitie versnellen: in 2030 moeten er 200.000 extra aansluitingen zijn, oplopend tot 2,6 miljoen in 2050.
Publiek meerderheidsbelang: een gamechanger
Een kernpunt van de Wcw is de verplichting dat warmtebedrijven voor meer dan 50% in handen zijn van publieke partijen (gemeenten, provincies). Dit geeft overheden structureel invloed op beleid en exploitatie. Voor aanbestedingsjuristen betekent dit:
- Nieuwe vraagstukken rond aanbestedingsplicht en samenwerking tussen publieke en private partijen.
- Juridische toetsing van uitzonderingen, zoals voor warmtegemeenschappen, die op grond van Europese richtlijnen autonoom mogen opereren.
De Raad van State plaatst kanttekeningen bij de noodzaak en effectiviteit van dit meerderheidsbelang, vooral in relatie tot Europees recht en risicobeheersing. Dit vraagt om zorgvuldige juridische onderbouwing bij implementatie.
Tariefregulering en consumentenbescherming
De wet introduceert een kostengebaseerd tariefmodel. Dit vervangt het huidige ‘niet-meer-dan-anders’-principe, dat gekoppeld is aan de gasprijs. Voor juristen betekent dit:
- Nieuwe regels voor transparantie en toezicht;
- Mogelijke geschillen over kostentoerekening en redelijkheid van tarieven.
Daarnaast bevat de Wcw bepalingen over informatieplicht richting consumenten en bescherming tegen leveringsproblemen. Dit versterkt de positie van afnemers, maar legt ook extra compliance-verplichtingen op warmtebedrijven.
Ruimte voor innovatie: aquathermie en warmtegemeenschappen
De wet creëert juridische ruimte voor duurzame bronnen zoals aquathermie en voor participatiemodellen waarin eindgebruikers mede-eigenaar worden van lokale warmtebedrijven. Dit opent nieuwe aanbestedingsvraagstukken:
- Hoe verhouden deze initiatieven zich tot het groepsverbod en de Omgevingswet?
- Welke contractvormen zijn geschikt voor participatie en risicodeling?
Wat betekent dit voor aanbestedingsrecht?
De Wcw raakt direct aan:
- Concessies en exclusieve rechten voor warmtekavels.
- Publiek-private samenwerking en governance-modellen.
- Europees recht, met name de richtlijnen voor hernieuwbare energie en mededinging.
Juristen zullen moeten anticiperen op complexe vraagstukken rond eigendom, regie en markttoegang. De overgangsperiode (tot 2031) biedt tijd, maar ook juridische onzekerheid.
Conclusie
De Wet collectieve warmte markeert een verschuiving naar meer publieke sturing en duurzame warmtevoorziening. Voor juristen in het aanbestedingsrecht betekent dit een nieuw speelveld waarin aanbestedingsregels, Europees recht en energietransitie samenkomen. Het is zaak om nu al te verdiepen in de juridische implicaties, zodat gemeenten, warmtebedrijven en participanten binnen de kaders van deze wet effectief kunnen samenwerken.