Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Extra tijd heelt de wonden

Bij een controle bleek dat een bedrijf te veel AVI-bodemas had opgeslagen. Toen een paar weken later het overschot nog niet was afgevoerd, legde de provincie het bedrijf een last onder dwangsom op. Binnen vijf weken moest de hoeveelheid bodemas zijn teruggebracht tot de vergunde hoeveelheid, maar met dat tijdsbestek was het bedrijf het niet eens.

Blogafbeelding omgevingsrecht

Het bedrijf in kwestie heeft een vergunning voor de opslag van AVI-bodemas, as dat achterblijft op de bodem van afvalverbrandingsinstallaties. Het materiaal wordt hergebruikt en bijvoorbeeld toegepast bij wegenbouw. In de vergunningvoorschriften van dit bedrijf is bepaald dat er maximaal 8.000 ton bodemas opgeslagen mag worden. Bij een controle hebben toezichthouders van de provincie vastgesteld dat er te veel bodemas was opgeslagen. Tussen partijen was niet in geschil dat er te veel bodemas was opgeslagen. Het stond dus vast dat het vergunningvoorschrift werd overtreden. Nadat enkele weken later bleek dat het surplus aan bodemas nog steeds niet was afgevoerd, legde de provincie het bedrijf een last onder dwangsom op. Deze diende binnen vijf weken de hoeveelheid bodemas terug te brengen tot, in ieder geval, de vergunde hoeveelheid. Zou het bedrijf dat niet (tijdig) doen, dan zou het bedrijf dwangsommen verbeuren.

Het bedrijf kon zich niet verenigen met het handhavingsbesluit, onder meer vanwege de lengte van de begunstigingstermijn. Dat is de termijn – van in dit geval vijf weken – om de overtreding te beëindigen zonder een dwangsom te verbeuren. Deze termijn mag niet langer zijn dan nodig voor het ongedaan maken van de overtreding. Maar het mag ook niet te kort zijn, want dan is de last niet tijdig uitvoerbaar en is eigenlijk sprake van een boete. Al vrij snel na het opleggen van de last onder dwangsom heeft het bedrijf de provincie verzocht de begunstigingstermijn te verlengen. Daartoe was de provincie evenwel niet bereid. Uiteindelijk verbeurde het bedrijf dwangsommen, die werden ingevorderd. Het bedrijf maakte tevergeefs bezwaar tegen de last en tegen de invordering, en in beroep vond ook de rechtbank dat de begunstigingstermijn niet te kort was. Dat is helaas vaak de uitkomst van geschillen over de begunstigingstermijn. Maar het bedrijf liet het er – terecht – niet bij zitten en ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).

Afhankelijk van derden

In hoger beroep stelde het bedrijf dat zij voor de afvoer van de bodemas afhankelijk was van derden. Eigenlijk was er maar één partij waar het materiaal heen kon, maar die partij moest daarvoor eerst haar vergunning laten aanpassen. Daarnaast moest er nog onderhandeld worden over het beschikbaar stellen van ruimte en moest die ruimte nog vrij gemaakt worden. Pas daarna konden de bodemas – in etappes – worden vervoerd. Voor het transport van de bodemas waren echter weinig trailers op de markt beschikbaar. Dat het uiteindelijk is gelukt om binnen tien dagen de hoeveelheid bodemas te reduceren, nam volgens het bedrijf niet weg dat de voorbereiding veel tijd in beslag nam, en dat daardoor niet was gelukt om aan de last te voldoen binnen de gestelde begunstigingstermijn van vijf weken. Men heeft er (slechts) tien dagen extra voor nodig gehad.

De Afdeling schoot het bedrijf echter te hulp (uitspraak van 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2020:717). Volgens de Afdeling is de in de last gestelde termijn van vijf weken op zich niet onredelijk kort. Echter, gelet op de geschetste gang van zaken heeft het bedrijf naar het oordeel van de Afdeling aannemelijk gemaakt dat het in dit geval niet mogelijk was om binnen vijf weken aan de last te voldoen. Daarom heeft de provincie de afwijzing van het verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn ten onrechte gehandhaafd. Dat terwijl al ten tijde van het afwijzen van het verzoek om verlenging van de termijn duidelijk was dat de juridische, administratieve en logistieke randvoorwaarden om te kunnen starten met het afvoeren van de bodemas nog niet rond waren. De provincie had toen de termijn met minstens twee weken moeten verlengen, aldus de Afdeling.

Het gevolg is dat met terugwerkende kracht de begunstigingstermijn is verlengd met twee weken. Nu de overtreding voordien is beëindigd, zijn er derhalve alsnog geen dwangsommen verbeurd en was de provincie – achteraf bezien – niet bevoegd om tot invordering van dwangsommen over te gaan. Me dunkt een bevredigend resultaat in ‘blessuretijd’!

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Lees meer over Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Advocaat - Partner