Geen ingeschreven notariële akte, geen eigendom, geen eigendom: de curator mag een verkocht schip opeisen
Stel: u koopt een motorjacht, betaalt de volledige koopsom van bijna twee ton, ontvangt de sleutels en vaart er jaren mee. Dan gaat de verkoper failliet. De curator klopt aan de deur en eist het jacht op, want u bent nooit rechtsgeldig eigenaar geworden. Precies dit overkwam de koper in de zaak die AG De Bock op 16 oktober 2026 van een uitvoerige conclusie voorzag (ECLI:NL:PHR:2026:991).
De casus: verkoop van een motorschip zonder notariële akte
De verkoper stond in het Kadaster ingeschreven als eigenaar van het motorschip. In april 2019 verkocht een aan de verkoper gelieerde partij het schip aan een koper, die de koopsom betaalde en de feitelijke macht over het schip verkreeg. Eén essentiële stap bleef echter achterwege: de notariële akte met inschrijving in de openbare registers, vereist voor de overdracht van een te boek gesteld schip op grond van art. 3:89 lid 1 en 4 BW. Toen de verkoper in 2021 failliet ging, rustte de eigendom juridisch nog steeds bij de failliet, en viel het jacht daarmee in de boedel.
Conclusie AG De Bock: de curator mag het schip opeisen
Het hof had de curator in het ongelijk gesteld, met als redenering dat de curator niet meer rechten heeft dan de gefailleerde zelf, en dat de failliet, gegeven haar instemming met de verkoop, het schip zelf ook niet meer had kunnen opeisen. Bovendien achtte het hof de zogenoemde Berzona-jurisprudentie van toepassing: de curator mag overeenkomsten van de failliet niet actief niet-nakomen door het schip terug te eisen.
AG De Bock adviseert de Hoge Raad echter dit oordeel te vernietigen. Haar redenering is helder: omdat géén geldige goederenrechtelijke levering heeft plaatsgevonden, is de eigendom van het schip bij de failliet blijven berusten. Na faillissement behoort het schip tot de boedel, en de curator is op grond van art. 5:2 BW bevoegd het van iedere houder zonder recht op te eisen. De Berzona-regel ziet op het actief niet-nakomen van overeenkomsten, maar niet op het revindiceren van goederen waarvan de eigendom nooit is overgegaan. Derdenbescherming via art. 3:88 BW baat de koper evenmin, nu hij niet te goeder trouw was ten aanzien van de beschikkingsonbevoegdheid van de verkopende partij. Die volgt immers uit de openbare registers.
Implicaties voor de praktijk
Deze zaak legt een risico bloot dat in de scheepsbouwsector vaker voorkomt dan men zou denken. Schepen worden regelmatig verkocht via informele routes (sleutels worden overhandigd, koopsommen worden betaald), maar de registratie in het Kadaster blijft achter. Zolang een te boek gesteld schip niet via notariële akte én registerinschrijving is geleverd, blijft de juridische eigendom bij de verkoper. Bij een faillissement van die verkoper is de koper dan volledig blootgesteld aan een revindicatievordering van de curator, ongeacht betaling of feitelijk gebruik.
Levering is niet gelijk aan bezit: notariële akte en Kadaster
Voor advocaten en ondernemers in de scheepsbouwsector is de boodschap simpel maar cruciaal: betaling en sleuteloverdracht creëren geen eigendomsrecht bij een registerschip. Zorg er bij elke scheepstransactie van registergoederen voor dat de notariële leveringsakte wordt opgesteld én direct in het scheepsregister wordt ingeschreven. Controleer bovendien altijd zelf het Kadaster vóór aankoop: wie dat nalaat, loopt het risico dat zijn beroep op goede trouw strandt op art. 3:23 BW. Verkoop via een gelieerde maar niet-bevoegde partij is een extra waarschuwingssignaal dat om juridische due diligence vraagt.
Evert Jan Heijnen is advocaat en partner bij Brackmann. Hij adviseert en procedeert over contractuele conflicten en aansprakelijkheid in de scheepsbouw en de maakindustrie.