Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Handhavingsverzoek tegen jezelf?

Bedrijven willen vaak een rechtsoordeel krijgen of een bepaalde activiteit is toegestaan. Zo’n oordeel voorkomt mogelijke handhaving en schade achteraf. Soms proberen bedrijven via een (uitgelokt) handhavingsbesluit rechtszekerheid te krijgen. Kan een bedrijf met succes om handhaving tegen zichzelf verzoeken?

Handhavingsverzoek tegen jezelf?

Het komt niet vaak voor dat een bedrijf de overheid verzoekt handhavend op te treden tegen het eigen bedrijf. Een schaars voorbeeld betreft de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van State van 30 juli 2026¹. Het is voor een bedrijf een creatieve poging snel een rechtsoordeel te verkrijgen. Doorgaans wordt een oordeel in een handhavingsprocedure snel verkregen. Maar dat is lastig, zoals ook blijkt uit de uitkomst van de bovenstaande uitspraak.

Limm is een producent van papieren drinkbekers. Op grond van artikel 15 van het Besluit beheer verpakkingen (Bbv) moet de producent van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik deze van markeringen voorzien. De achtergrond van de regels is onder meer het terugdringen van de hoeveelheid afvalstoffen. Het bedrijf meent dat het op zijn papieren drinkbekers geen markeringen hoeft aan te brengen, omdat ze plasticvrij zijn. Het vreest echter handhavend optreden als het zijn drinkbekers zonder markering aanbiedt op de Nederlandse markt en daarna voor de gevolgen voor zijn reputatie bij zijn afnemers.

Naar aanleiding van eerdere vragen van Limm heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) hierover geen inhoudelijk standpunt ingenomen – of: niet willen innemen? – over de vraag of de drinkbekers plasticvrij zijn. De staatssecretaris heeft toegelicht dat wat haar betreft de regelgeving duidelijk is over welke stoffen de drinkbekers mogen bevatten en dat Limm zelf weet welke stoffen haar drinkbekers bevatten. Dat klinkt niet echt als ‘service’ naar de burger toe. 

Proefpakket drinkbekers

Om toch een rechtsoordeel af te dwingen, heeft Limm ervoor gekozen proefpakketten drinkbekers aan te bieden aan de staatssecretaris. Hierbij heeft het bedrijf de staatssecretaris verzocht om handhavend op te treden tegen het op de markt brengen van drinkbekers van Limm, die mogelijk plastic bevatten maar niet zijn voorzien van een verplichte markering. Het doel van het handhavingsverzoek is om van de staatssecretaris een besluit uit te lokken om zo alsnog vooraf duidelijkheid te verkrijgen over het al dan niet bestaan van een verplichting.

De staatssecretaris heeft het verzoek echter afgewezen. Volgens haar kan niet worden vastgesteld dat Limm het Bbv heeft overtreden. Door de bekers aan de staatssecretaris aan te bieden, zou Limm de drinkbekers niet op de markt hebben aangeboden.² Daarom zou Limm geen producent zijn, terwijl de verplichting van een markering alleen geldt voor producenten van op de markt gebrachte kunststofproducten. Daar is Limm het niet mee eens. Het bedrijf stelt de drinkbekers te hebben aangeboden in het kader van de commerciële introductie van de drinkbekers en met het doel dat het Ministerie van IenW deze in gebruik neemt. 

Geen handelsactiviteit

Dat lijkt mij een aardige poging, maar de rechter gaat daar niet in mee. De rechter vindt dat Limm de drinkbekers niet heeft aangeboden in het kader van een handelsactiviteit en niet met het doel van distributie, consumptie of gebruik op de Nederlandse markt. Zij heeft de drinkbekers aangeboden om de staatssecretaris een standpunt te laten innemen over de al dan niet bestaande verplichting de bekers van een markering te voorzien.

De poging slaagt dus niet. Limm kreeg al geen rechtsoordeel van de staatssecretaris, maar ook via de rechter komt er geen rechtsoordeel over de band van het handhavingsverzoek. De rechter meent dat het bedrijf de uitkomst van zijn bezwaar tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek maar moet afwachten. Dat lijkt weinig hoop bieden omdat de rechter, hoewel als voorlopig oordeel, al heeft bepaald dat zonder handelsactiviteit gericht op de markt er geen verplichting geldt en er dus geen sprake kan zijn van een overtreding. 

De rechter geeft aan dat Limm nog kan proberen de staatsecretaris in de bezwaarfase te overtuigen. Anders rest mogelijk niets anders dan handelsactiviteiten te gaan ondernemen om een besluit te krijgen of uit te lokken. Zucht… kan dat niet anders?

Stijn Boot is advocaat-partner omgevingsrecht bij Brackmann. Hij adviseert en procedeert over ruimtelijke ordening, vergunningverlening en handhaving, en over milieu-, afval- en grondstoffenrecht.

Deze column verscheen eerder in Afval!, het onafhankelijke vakblad voor overheden en bedrijven over afvalbeheer. Stijn is columnist van het blad.

In gesprek over uw situatie? Stijn en onze andere specialisten omgevingsrecht denken met u mee.

Lees meer over Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Advocaat - Partner

Lees meer over Ronald van Nooijen
Ronald van Nooijen
Ronald van Nooijen

Ronald van Nooijen

Advocaat

Lees meer over Siem van den Berg
Foto Siem van den Berg
Foto Siem van den Berg

Siem van den Berg

Paralegal