Het lezen van het ‘Bal-spel’…
Het zal niemand verbazen dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving per 1 januari 2024 ook gevolgen heeft voor de handhaving van milieuregels voor afvalbedrijven. Vooral het bepalen of een activiteit vergunningplichtig is, blijkt puzzelen geblazen.
Het was de bedoeling dat de wetswijziging beleidsneutraal zou zijn, met als doel ‘Eenvoudig Beter’. Echter, het bepalen van vergunningplichtige milieubelastende activiteiten (‘MBA’) gaat vaak net even anders dan vroeger. Het toepassen ervan is dus geen spelletje ‘Memory’, maar vereist naar mijn mening het leggen van een nieuwe puzzel.
Een illustratief voorbeeld volgt uit de recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over een autodemontagebedrijf, dat zonder vereiste vergunning bepaalde activiteiten zou verrichten[1]. Een last onder dwangsom en een beroep daartegen was het gevolg. De last onder dwangsom zag op het overtreden van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dat is logisch, want de handhaving vond plaats ná de inwerkingtreding van deze wetgeving. Het bedrijf vond het niet billijk dat het - bij hen nog weinig bekende - nieuwe recht al zo snel werd toegepast. Hoewel dat begrijpelijk is, deed de rechtbank deze beroepsgrond makkelijk af met het oordeel: ‘eenieder behoort de wet te kennen’. De rechtbank voegde daar nog aan toe dat dit in het bijzonder geldt voor milieuregels voor de bedrijfsvoering. Echter, dat geldt dan volgens mij ook voor de handhavende omgevingsdienst …
Puzzelen met MBA
De omgevingsdienst legt aan de last onder dwangsom namelijk ten grondslag dat het bedrijf in strijd met artikel 5.1 van de Omgevingswet[2], in samenhang met artikel 3.153 van het Bal, zonder omgevingsvergunning metaalschroot opslaat dat niet afkomstig is van de autodemontage.
De Omgevingswet vereist een omgevingsvergunning voor een MBA, voor zover het gaat om een in het Bal aangewezen geval. En in het Bal is het demonteren van autowrakken genoemd als een MBA als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. Dat geldt ook voor activiteiten die het demonteren functioneel ondersteunen[3]. Deze puzzelstukjes passen dus. Er is dus sprake van een MBA, maar dat maakt deze MBA nog niet (geheel) vergunningplichtig. Dat is afhankelijk van het derde puzzelstukje, namelijk artikel 3.153 van het Bal. De omgevingsdienst had dat artikel aan de last ten grondslag gelegd. Hierin staat dat het verbod uit de Omgevingswet om zonder een omgevingsvergunning een MBA te verrichten, geldt voor de MBA demontage van autowrakken, voor zover het gaat om het opslaan van metaalschroot of autowrakken. Daarom oordeelde de rechter dat het opslaan van schroot, dat niet afkomstig is van de demontage van autowrakken, hier niet onder valt en dat deze bepaling dus niet wordt overtreden. De last onder dwangsom ging op dit onderdeel onderuit.
Deze uitleg van de rechtbank is verdedigbaar. Een MBA ziet in de regel op afzonderlijke activiteiten. Dat in afwijking van het voorheen geldende ‘inrichtingenbegrip’, dat in feite zag op alle activiteiten binnen een bepaalde locatie. Maar waarom staat in artikel 3.153 van het Bal dan niet ‘Eenvoudig Beter’: “voor zover het gaat om de opslag van autowrakken en daarvan afkomstig metaalschroot”?
Grotere puzzel
Of moet/kan de puzzel nog groter worden gelegd? Dan zou namelijk ook sprake kunnen zijn van een vergunningplichtige MBA op grond van artikel 3.163 van het Bal, die geldt voor het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven metaalafval voor verdere recycling, voor zover het gaat om (daar gaan we weer …) het opslaan van metaalschroot of autowrakken. Maar mogelijk (ook) van de vergunningplichtige MBA op grond van artikel 3.185 van het Bal, die geldt voor het opslaan, herverpakken of opbulken van bedrijfsafvalstoffen, tenzij de activiteit ziet op het opslaan van niet meer dan 50.000 ton (niet-gevaarlijk) metaal. Eenvoudiger zou beter zijn geweest.
We gaan deze ‘Bal-spelen’ vaker tegenkomen. Zeker bij MBA’s met betrekking tot afvalstoffen. Geen ‘Eenvoudig Beter’, maar het leggen van een nieuwe puzzel. Is dat spelplezier, of onnodige onzekerheid voor alle deelnemers aan het spel?
Deze column van Stijn Boot verscheen in het Vakblad Afval! van maart 2025.
[1] Rechtbank Noord-Holland 22 januari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:533
[2] Volledig: artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet
[3] Artikel 5.15, tweede lid, van het Bal