Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Lijn toetsing voorgenomen gebruik bouwwerk onder Omgevingswet voortgezet

Onder de Wabo werd bij de toetsing van bouwplannen niet alleen bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming van het perceel kon worden gebruikt, maar ook of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik werd opgericht. Die lijn wordt blijkens een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland onder de Omgevingswet voortgezet. In deze zaak was een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfspand op een perceel met bestemming ‘Bedrijventerrein’, met aanduidingen ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ en ‘groothandel’. Volgens de verzoekers voldeed de aanvraag niet aan de beoordelingsregels voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, onder andere omdat aanvrager volgens hen activiteiten zou uitvoeren die in een hogere milieucategorie vielen dan was toegestaan.

Blogafbeelding omgevingsrecht

Onder de Wabo was de lijn in de rechtspraak dat bij de toetsing van bouwplannen niet alleen moest worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming van het perceel kon worden gebruikt, maar ook of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik werd opgericht. Een bouwwerk moest daarbij in strijd met de bestemming worden geoordeeld, indien redelijkerwijs viel aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorzag.

De voorzieningenrechter oordeelt dat deze lijn onder de Omgevingswet moet worden voortgezet. Volgens de voorzieningenrechter mag het college er vanuit gaan dat het bouwwerk met het oog op gebruik overeenkomstig de bestemming wordt gebouwd. Daarbij merkt de voorzieningenrechter terecht op dat, indien in de toekomst zou blijken dat het gebouw toch voor andere activiteiten gebruikt wordt, hierop gehandhaafd kan worden.

Met deze uitspraak wordt duidelijk – hoewel nog “maar” een uitspraak in een voorlopige voorziening – dat voor de beoordeling of het te bouwen bouwwerken ook wordt opgericht met het oog op toegelaten gebruik aansluiting kan worden gezocht bij de daarover onder de Wabo ontwikkelde lijn van de rechtspraak.

Klik hier voor de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 29 november 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:6497).

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Ronald van Nooijen.

Lees meer over Ronald van Nooijen
Ronald van Nooijen
Ronald van Nooijen

Ronald van Nooijen

Advocaat