Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

No ‘Black Betty’...

De provincie Zuid-Holland knalde met de handhavingszweep tegen een bedrijf dat carbon black produceert. Het bedrijf zou te veel zwaveldioxide uitstoten. Maar het bedrijf zou dusdanig omvangrijke maatregelen moeten treffen om die uitstoot te verminderen, dat de vraag rijst of de handhaving nog wel evenredig is.

Blogafbeelding omgevingsrecht

Vroeger werd het wel ‘zwartsel’ genoemd, tegenwoordig staat het bekend als ‘carbon black’: een (afval)stof waar vele rechterlijke uitspraken over gaan. Zoals het belangrijke ‘Carbon black-arrest’, over de vraag of sprake is van een afvalstof en wie ‘tegen de lat staat’ om aan te tonen dat het toch geen afvalstof is.[2]Ook een bedrijf in de Rotterdamse haven dat carbon black produceert is al jaren het ‘lijdend voorwerp’ in een handhavingszaak. Bij de productie van carbon black komt restgas vrij, dat wordt gescheiden en in ketels wordt geoxideerd om het te zuiveren. Deze ketels stoten het afgas uit, dat onder meer bestaat uit zwaveldioxide (SO2). De provincie Zuid-Holland legde een last onder dwangsom op omdat er meer SO2 zou worden uitgestoten dan het Activiteitenbesluit milieubeheer[3] zou toelaten. De (voorlopige) uitkomst is de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 25 april 2025[4].

In de bezwaarfase en in twee uitspraken in voorlopige voorziening[5] (schorsing van de last tot gevolg), ging het vooral over de vraag of sprake is van een overtreding. De norm is namelijk alleen van toepassing op (niet uitgezonderde) stookinstallaties. Steeds werd de provincie opgedragenbeter te motiveren dat het Rotterdamse bedrijf daaraan moest voldoen. De tweede uitspraak in voorlopige voorziening onderstreepte dat: “Weliswaar moet het college het algemeen belang in acht nemen, te weten de handhaving van de milieuregelgeving (…), maar van verzoekster kan niet worden verwacht dat zij forse investeringen moet doen om aan de opgelegde last te voldoen terwijl er gerede twijfel bestaat of de normen van het Activiteitenbesluit op de installaties van verzoekster van toepassing zijn”. Het is mijn gevoel dat het belang bij de discussie dan ook niet zo zeer ging over de bewuste last onder dwangsom met een bedrag van ‘slechts’ 15.000 euro, maar over de enorme, kostbare en niet ongedaan te maken investering die het zou vergen om aan de last te voldoen.

Bij de behandeling van het beroep schakelde de rechtbank de Stichting advisering bestuursrechtspraak (STAB) in. Deze kwam tot de conclusie dat de (overschreden) norm van toepassing zou zijn. In de uitspraak van 25 april nam de rechtbank, zoals gebruikelijk[6], dat advies over. De discussie zal daarmee waarschijnlijk niet zijn beëindigd, maar kreeg toch en niet onverwachts een (voorlopige) andere wending.

In de uitspraak van de rechtbank werd de ‘Harderwijk-uitspraak’ aangehaald[7]. Op grond van die uitspraak moet de rechter beoordelen of het besluit geschikt en noodzakelijk is, en daarna of het besluit (de last onder dwangsom) in de gegeven omstandigheden evenwichtig is. Handhavend optreden kan namelijk onevenredig zijn, als er omstandigheden zijn waaraan zo veel gewicht toekomt dat het algemeen belang bij handhaving daarvoor moet wijken. In dit geval was er volgens de rechtbank duidelijk sprake van onevenredige handhaving. Het bedrijf gaf namelijk aan dat de kosten om te voldoen aan de last zullen oplopen tot circa 100 miljoen euro, en dat dit ongeveer 4,5 tot 6 jaar zal vergen. De provincie maakte in het handhavingsbesluit niet goed duidelijk waarom handhaving in dit geval níet onevenredig is. Zo is niet duidelijk hoe de belangen van het bedrijf zijn afgewogen tegen de ernst van de geconstateerde overtreding en is niet gemotiveerd waarom handhavend optreden onder de gegeven omstandigheden leidt tot een evenwichtige uitkomst. Ook de lengte van de begunstigingstermijn is door verweerder onvoldoende gemotiveerd. “Het bestreden besluit is daarmee niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust ook niet op een draagkrachtige motivering”, concludeert de rechtbank.

Zo! Dus nu een nieuwe ronde in bezwaar/beroep en/of in hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank. Zal de ‘Black Betty’, namelijk de zweep van handhaving, knallen of (in dit geval) worden gebroken?

Deze column van Stijn Boot verscheen in het Vakblad Afval! van juni 2025.

[1] De bekendste vertolker van de song is de band (USA) ‘Ram Jam’, ‘Black Betty’, 1977. Meest waarschijnlijk was ‘Black Betty’ oorspronkelijk een eufemisme voor de zweep die werd gehanteerd in gevangenissen in de zuidelijke Staten van America gedurende de slavernij: Black Betty - Wikipedia

[2] Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:49.

[3] Thans geldend als artikel 4.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

[4] Uitspraak Rechtbank Den Haag van 25 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:20257128.

[5] Uitspraak Vz. Rechtbank Den Haag van 22 maart 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:2548) en 20 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:5633).

[6] Uitspraak ABRS van 24 december 2024, ECLI:NL:ABRS:5408.

[7] Uitspraak van de ABRS van 2 februari 2022, ACLI:NL:ABRS:2022:285.

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Lees meer over Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Advocaat - Partner