Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Onevenredige handhaving afvalstoffenadministratie

De laatste jaren vindt meer handhaving plaats van het administratief afvalstoffenrecht. Een recent voorbeeld volgt uit de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2022 (ECLI:NL:RBOBR:2022:5198).

Blogafbeelding omgevingsrecht

Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (“GS”) heeft aan de schrootverwerker AVI een last onder dwangsom opgelegd die ziet op een nauwkeurige afvalstoffenadministratie. In de last is bepaald dat AVI aan alle in de vergunning voorschriften opgenomen registratieverplichtingen in verband met de aanwezige afvalstoffen, grondstoffen en hulpstoffen dient te voldoen. Als AVI dat niet doet, verbeurt zij een dwangsom van € 450 per 10 ton afvalstoffen waarop de overtreding betrekking heeft, met een maximum van € 90.000.

AVI vindt dat de last onder dwangsom niet evenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen omdat niet valt uit te sluiten dat in een omvangrijke en complexe afvalstoffenadministratie als die van AVI menselijke vergissingen voorkomen. Eén vrachtwagen per ongeluk verkeerd registreren kan zo een afwijking van 30 ton opleveren en daarmee onder de huidige last direct tot verbeuren van drie dwangsommen leiden. AVI vindt dit automatisme, in samenhang met een foutmarge van 10 ton, dan ook niet evenredig.

Onder verwijzing naar de rechtspraak over toetsing van besluiten aan het evenredigheidsbeginsel overweegt de rechtbank dat de belangen in dit geval van dien aard zijn dat een meer intensieve toetsing op zijn plaats is. Naar het oordeel van de rechtbank draagt een nauwkeurige afvalstoffenadministratie inderdaad bij aan (toezicht op) een veilige leefomgeving. Daarvoor is volgens de rechtbank echter méér nodig dan alleen handhaving; het is ook belangrijk dat AVI en de toezichthouder goed blijven samenwerken. AVI moet transparant zijn (ook ten aanzien van fouten) en de mogelijkheid hebben om te leren van onvolkomenheden. De rechtbank begrijpt dat de afvalstoffenadministratie van AVI omvangrijk en complex is en dat ook bij een nauwkeurig systeem een menselijke fout niet valt uit te sluiten. AVI heeft – zo overweegt de rechtbank - belang bij een bedrijfsvoering waarin vergissingen, ondanks voldoende voorzorgsmaatregelen, bespreekbaar blijven zonder dat er per definitie steeds een sanctie volgt. Deze last heeft tot gevolg dat ook een incidentele vergissing, zolang deze 10 ton afval of meer betreft, steeds tot het verbeuren van een dwangsom leidt. De rechtbank is van oordeel dat GS niet duidelijk heeft gemaakt waarom een dergelijke strikte last noodzakelijk is en hoe de betrokken belangen daarbij zijn afgewogen. Ook de keuze van een marge van 10 ton is niet nader gemotiveerd. De conclusie is dat de last wordt geschorst en GS een nieuw besluit zal moeten nemen.

Kortom: een mooi voorbeeld van het door de rechter meer indringend toetsen van handhavingsbesluiten aan het evenredigheidsbeginsel. De belangen ten aanzien van het doel en de gevolgen van handhaving worden nadrukkelijk bij het rechterlijk, behoorlijk invoelend, oordeel betrokken.

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Lees meer over Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Advocaat - Partner