Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Zijn er nog belanghebbenden in de zaal?

Iedereen kan zienswijzen indienen tegen een ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor milieu. Maar tegen de uiteindelijk verleende milieuvergunning kunnen alleen belanghebbenden in (hoger) beroep gaan. Juist die groep lijkt een steeds nauwere definitie te krijgen.

Steigers rond gebouw

Deze column van Stijn Boot verscheen in het tijdschrift Afval! van augustus 2016.

Belanghebbende zijn vereist volgens de Algemene Wet bestuursrecht dat iemand een rechtstreeks en persoonlijk betrokken belang heeft bij de verleende vergunning. In ruimtelijke ordeningszaken wordt het belanghebbendenbegrip uitgelegd aan de hand van het zogenaamde zicht- en nabijheidcriterium. Dat betekent dat iemand op geringe afstand van de planlocatie woont of vanuit zijn woning zicht heeft op de planlocatie, wil die als belanghebbende in aanmerking komen. In het milieurecht is een omwonende evenwel alleen belanghebbende als hij de milieugevolgen van de inrichting kan gaan ervaren. Echter, het komt mij voor dat de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, strenger is gaan toetsen. Ik beschrijf twee voorbeelden.

Niet zeuren

Het eerste voorbeeld volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016 (201504206). Uit de ‘oude’ rechtspraak volgde dat de mate van hinder die een omwonende zou gaan ervaren niet relevant was. Zou een omwonende ook maar enige hinder ondervinden, al woont hij op een afstand van 600 meter, dan was hij belanghebbende bij de verleende milieuvergunning. Zelfs wanneer het milieugevolg niet noemenswaardig (merkbaar) zou zijn. Maar in de uitspraak van 16 maart ging de Afdeling echter om. De Afdeling overwoog dat bij andere rechtsgebieden (zoals in ruimtelijke ordeningszaken) de eisen strenger zijn dan in het milieurecht. In plaats van in die zaken een versoepeling voor te staan, koos de Afdeling voor het aanscherpen van de toets in het milieurecht. Een omwonende is nu alleen belanghebbende als deze “naar objectieve maatstaven gemeten, als gevolg van de vergunning hinder van enige betekenis” gaat ervaren. Het devies is dus: niet zeuren. Enige hinder is niet langer reden om iemand in beroep te ontvangen.

Hinder toerekenen

Het tweede voorbeeld betreft de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2016 (201506346). Er is een milieuvergunning verleend voor een nieuw afvalbedrijf. Vergund is ook, anders dan bij andere bedrijven in de omgeving, nachtelijk vrachtwagenverkeer. Dat verkeer komt over de weg waar de omwonende woont. Hoewel de afstand tussen de woning en het bedrijf 300 meter bedraagt, zal de omwonende daadwerkelijk milieugevolgen van de inrichting gaan ervaren. Toch is het beroep van de omwonende tegen de vergunning niet-ontvankelijk omdat het verkeer dat langs de woning komt in het heersende verkeersbeeld is opgenomen. Dat dit bedrijf het enige bedrijf op het bedrijventerrein is met nachtelijk verkeer, betekent volgens de Afdeling niet dat de gevolgen van dat verkeer aan het bedrijf kunnen worden toegerekend (het had ook een ander kunnen zijn…). Of zich bij de woning daadwerkelijk geen ander verkeer bevindt, is niet relevant in het kader van de vraag of de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdende verkeer aan de activiteiten van het transportbedrijf kunnen worden toegerekend, aldus de Afdeling. Met andere woorden: ook als is er objectief bezien hinder, waarschijnlijk zelfs van enige betekenis, dan geldt dat de omwonende alleen kan worden aangemerkt als belanghebbende als die hinder ook juridisch bezien kan worden toegerekend aan het vergunde bedrijf.

Kortom: steeds minder omwonenden worden aangemerkt als belanghebbende bij een milieuvergunning. Verleende vergunningen staan dus minder aan het risico van (een geslaagd) beroep bloot. Een beetje hinder is geen hinder. En al ervaart een omwonenden hinder, dan is hij slechts belanghebbende als die hinder juridisch kan worden toegerekend aan het vergunde bedrijf. Voor omwonenden zal het voelen als het uithollen van de mogelijkheden voor rechtsbescherming, maar voor bedrijven zal het eerder een geruststellende gedachte zijn.

In gesprek over uw situatie? Neem direct contact op met Stijn Boot.

Lees meer over Stijn Boot
Stijn Boot
Stijn Boot

Stijn Boot

Advocaat - Partner